arrow down Kreidler logo arrow down

Kreidlerdatabase - Cees van Koeveringe

Kreidlerdatabase

Terug naar de beginpagina van de Kreidlerdatabase

Kreidlerdatabase

Kees van Koeveringe

DE KREIDLER RACEFABRIEK MAG DICHT

Cees van Koeveringe, oud-coureur uit de eerste 50 cc racetijden, had het plan opgevat het productiemodel 1968 (de luchtgekoelde Kreidlers met roterende inlaat die nog niet de topvermogens hadden van de latere machines zoals die nu bij CRT en HMV rijden) in kleine serie te gaan bouwen. Gewoon omdat hij het een mooi model vond en hij ook iemand had die deze frames wel wilde maken. Het bleek eenvoudiger gezegd dan gedaan, want er waren twee onder-schatte factoren in het spel. Raceonderdelen in zevenvoud liggen niet voor het oprapen. Dus moet je in de ene machine dit gebruiken, in de andere machine dat. Dat is ook de reden dat de Kreidlers verschillende naven hebben. De motorblokken moesten ook van her en der komen, dus Cees maakte heel wat kilometers om er aan te komen. Met close-ratio vijfbakken natuurlijk, indirect geschakeld. Dan wierp Cees zelf nog een tweede obstakel op. Het moest kwalitatief wel allemaal goed zijn. Zo'n blok moest van binnen ook volkomen nieuw worden. Soms met natte koppeling, soms met droge koppeling. Maar allemaal tiptop.

In samenwerking met Chris (van) Homoet is dit allemaal prima gelukt, maar bij ons eerste bezoek waren deze blokken zogezegd nog doofstom, ze moesten nog leren praten. Wat Cees aangaf was ook: dat doe ik dus nooit meer. Drie, nou ja, vier, dat is nog te doen, maar zeven is echt teveel van het goede.

Het was tijdens die mooie zomerse periode in april dat we naar Cees gingen. Alle Kreidlers stonden buiten en Cees stond te popelen, want hij wilde die dag de machines allemaal wat laten indraaien. En de eerste was ter ere van Het MotorRijwiel. Ze stonden allemaal in slagorde klaar, slechts een ruitje op een van de machientjes ontbrak nog. Hadden de machines bij ons vorige bezoek nog verschillende schok-dempers, nu viel op dat er mooie en allemaal dezelfde schokdempers op zaten. Mooie korte, lineaire veren, ontwikkeld door Hagon en inmiddels ook te koop voor de 50 cc rijders in de normale Hagon collectie. Instelbaar natuurlijk en met verschillende veren verkrijgbaar. Verder waren de machines precies geworden zoals Cees zich het destijds voorstelde. Een rukje aan het achterwiel en het scherpe, venijnige geluid van de Kreidler doorbreekt de stilte. Na wat rustig gepruttel volgen korte haaltjes naar 4000 toeren. De luchtgekoelde blokken komen sneller op temperatuur dan de latere, watergekoelde machines. Weldra gaan de polsbewegingen naar 8000 toeren en daarna natuurlijk hoger, tot een eind boven de 10.000: gloednieuw en toch gaat de meter al naar 14.000 toeren. Dat is dan wel even genoeg. Ik krijg het gashandel in mijn handen gedrukt. Het draait allemaal mooi en probleemloos en neemt mooi op. De motoren klinken gloednieuw, het is de resonans van alles nieuw in het blok Zo zal Cees ze die dag allemaal starten en in laten draaien. Daar wacht ik niet op, maar maak nog wel snel met de fotocamera even voor mezelf een opname met geluid. Want dat is het mooie in de 50 cc klasse, daar komen de mensen voor en ik mag er zelf ook graag nog even naar luisteren, even laten naklinken na zo'n dag. Alle racers hebben een toespraak van Cees gehad: gedraag je op het circuit, ga niet met pech aan de kant, geef de berijder 100 procent plezier van zijn geld. Het zal vast helpen. En de fabriek, die mag dicht. Alleen. de verkoopafdeling blijft open.