arrow down Kreidler logo arrow down

Kreidlerdatabase - Zwartwerk

Kreidlerdatabase

Johann zou zich in zijn graf omdraaien.

Die Johann was Johann Hilber, die vele jaren chef constructeur bij Kreidler was geweest en een man waarbij, toen hij nog leefde, geen journalist ooit maar bij benadering zo'n inzicht in het reilen en zeilen van de raceafdeling had gekregen.

Zelfs ook maar vage onderzoekjes naar het binnenwerk van een Grand-Prix motor beschouwde de publiciteitsschuwe techneut als fabrieksspionage.
Daarom heeft dan ook het bijgaande beeldmateriaal een zekere exclusiviteit.

Motorrad Classic heeft het uit elkaar halen van de beroemde racemotor te danken aan de huidige eigenaar die tevens eigenaar is van Kreidler terrein- , race en record machines, de familie Zimmerman uit Stuttgart en de toenmalige fabrieksrijder Wolfgang Gedlich.

Gedlich deed het handwerk en vertelde over de tijd met de Hilber-crew en zijn ervaring als tuner van de later verkrijgbare Kreidler racekit (zie Motorrad Classic 3/1989).

Kreidlerdatabase

Wedstrijden

De geschiedenis van de ontwikkeling van de verregaand gelijk gebouwde Kreidler Grand-Prix motoren begon in de herfst van 1960 achter de rug om van de chef constructeur in de kast van Heinz Winterhoff, hetgeen deze enthousiaste ingenieur bijna zijn kop koste toen het ontdekt werd.

Want Winterhoff was 'in opstand' gekomen over de uitgangspositie voor het seizoen 1961.

Kreidler had al bij de laatste wedstrijd tegen Tomos een smadelijke nederlaag geleden en met de vrijwel seriematige motor waren er nauwelijks nog mogelijkheden voor verbetering van het vermogen. Meer vermogen beloofde de voormalige DKW ingenieur.
Dit door middel van twee carburateurs die met de onder een hoek van 45 graden naar voren gedraaide aanzuigkelken en een inlaatschijf aan iedere zijde van de liggende cilinder en waarmee deze van lucht en brandstof werd voorzien.

Kreidlerdatabase

Ondanks het geruzie pakte Kreidler het idee direct op.


In plaats van de geestelijke vader met de doorontwikkeling van het prototype te belasten, stelde Hilber de zwaar ontgoochelde Winterhoff te werk op de onderzoeksafdeling voor de serieproductie en gaf de aantrekkelijke opdracht aan motorconstructeur Engelbert Sczygiol die zich reeds met Motocup activiteiten had bemoeid.

Hilber, Sczygiol en hun assistenten Hermann Gekeler en Hans Gailing namen van het prototype niet alleen het dubbele carburateur/inlaatschijf principe over maar ook Winterhoff's erfenis van zijn oude werkgever DKW : een cilinder met radiale koelribben die bovendien was voorzien van dekseltjes op de spoelpoorten.

De tijdsdruk waaronder het team stond was merkbaar aan allerlei details zoals de uit vol metaal gemaakte cilinder met kop en de slechts door de versnellingsbak as tegengehouden en met een silentblok tegen het wegdraaien beveiligde tussenbak met drie versnellingen.