arrow down Kreidler logo arrow down

Kreidlerdatabase - Kreidler . . . Droom van alle privé rijders.

Kreidler . . . Droom van alle privé rijders.

Onlosmakelijk verbonden met de racegeschiedenis van Kreidler is natuurlijk de racegeschiedenis van de Nederlandse importeur VanVeen.

Als de firma Kreidler in 1957 de Kreidler Florett op de IFMA voorstelt, zijn ze een zeer lange ontwikkelingsweg gegaan.


Kreidlerdatabase

De 3 PK sterke motor heeft geen zwakke kanten de onderdelen waren zo rijkelijk ontworpen dat zelfs bij drievoudige belasting de motor zonder klagen presteerde. De hard verchroomde cilinder was liggend ontworpen (lijbaandruk) en met een koelvin luchtgekoeld. De klauwkoppeling geschakelde drie versnellingsbak werd door een ketting op het primaire tandwiel aangedreven, liggend in een oliebad. De gehele motor was netjes achter motorschilden verborgen. Het hart van de motor, de krukas was een echt juweeltje, serie matig gemonteerd, ook gebruikt in race-machines en tot in den treure in de reclame gebruikt.

Deze sterke eigenschappen waren ook bekend bij chef ingenieur Hilber, en toen in 1959 de eerste wedstrijd in Duitsland werd gehouden voor 50 cc motoren op Hockenheim, de "Moto-Cup" was het een logisch gevolg van de ontwikkeling van deze motor, om deel te nemen.
Deze fabrieks Kreidler week in principe niet veel af van de standaard machines. Het plaatframe en de tank werden natuurlijk gebruikt alsook de motorschilden met de luchtkoeling.
Op het eerste gezicht wezen slechts de smalle 2.00-19-Conti 5- racebanden op speciale prestaties.

Kreidlerdatabase

Aan het uiterlijk van de motor zag men weinig bijzonders, een 18 mm Bing carburateur met aanzuig trechter. Verder was een uitlaat gemonteerd die in test was bij de 3,6 PK motor. Voor de bereikte 6 PK bij 8000 omw/min werd een compressie gebruikt van 13:1.

Dit werd onder andere bereikt door de motor te "blue-printen" of te wel het exact volgens de bouw tekeningen monteren van de motor. De rest van de motor, inclusief de handgeschakelde 3 versnellingsbak was gewoon standaard. Desondanks werd de Kreidler eerste, sneller dan een aantal concurrenten.

Kreidlerdatabase

In de loop van het seizoen 1959 werd het vermogen verhoogd naar 7 PK bij 8800 omw/min. Dit werd o.a. bereikt door batterij ontsteking, verhoogde carter druk en verlaagde arbeidsdruk in de ontstekingskamer en verdere afstel en parings mogelijkheden. Het probleem van de starre opgehangen vlotter werd in de loop van het seizoen opgelost door een zwevende vlotterkamer. Verder bleef de motor onveranderd. Het rijwiel gedeelte werd wel aangepast.

De niet geveerde voorvork werd vervangen door een korte verende voorvork van Böge, waardoor de gehele machine handelbaarder werd. Wel werd in de loop van het seizoen geëxperimenteerd met een 4,2 PK serie motor. In deze vorm, bijna 50 kg licht (een minimum gewicht werd toen niet over gesproken) haalde de motor 110 km/h.
De kampioen van dat jaar werd een man die tot het einde van de firma Kreidler alle hoogte en dieptepunten heeft meegemaakt: Rudolf Künz uit Mülacker.

Kreidlerdatabase

Bij het begin van het seizoen 1960 verscheen Kreidler met extreem lage machines. Echter de plaatframes werden al snel vervangen door buizenframes.
De Böge voorvorken werden nog meer ingekort en met behulp van een balhoofdstel aan het frame bevestigd.
De brandstoftank werd wezenlijk dieper in het frame gemonteerd, waardoor een lange machine ontstond, wat veel comfortabeler werkte op het vol gas circuit van Hockenheim waar de wedstrijden werden gehouden, dat daarbij de luchtweerstand gunstig werd beïnvloedt was meegenomen. Motorisch had men weinig gedaan, slechts met een Dell'Orto carburateur werd het vermogen verhoogd naar 7 PK in het voorjaar.

Met het vastleggen van de jonge Hans Georg Anscheidt had Kreidler een gouden keuze gemaakt en het lukte Kreidler om weer de Cup binnen te halen ondanks de grote concurrentie van het Tomos team. Helaas had men zich in dat jaar niet echt geconcentreerd op het verhogen van de prestaties, maar in het geheim werd een nieuw project gestart, een compleet nieuwe racer, die in 1961 mee zou dingen naar het Europees kampioenschap.

Onder toezicht van Chef ingenieur - constructeur Johann Hilber werd door het team van Heinz Winterhoff, verantwoordelijk voor constructie, testen en wedstrijden begonnen met de bouw van deze nieuwe racer.
Ook werkten mee Meister Gäckeler en de monteur Gailing. De nieuwe racer kreeg een liggende cilinder, met een boring van 40 mm en een slag van 39,5 mm en werd in eerste instantie rijwind gekoeld.
De gefreesde radiale koelvinnen herinnerden aan de DKW-racemotor. De inlaatsturing werd verzorgd door roterende schijven welke links en rechts op de krukas waren gemonteerd.
Deze motoren waren duidelijk herkenbaar door de 2 naar voren gerichte 16 mm standaard Bing carburateurs.
Door deze constructie moest het standaard motorblok worden verbreed door een "tussencarter", waarbij de standaard koppeling in oliebad behouden bleef.

De versnellingsbak was een standaard vierbak, welke door een speciale constructie aan de linkerzijde, door middel van een kabel schakeling, over 2 extra schakelingen kon beschikken.
De machine had dus 8 versnellingen !!!.

De onderbreker (van de batterij ontsteking) werd aan de linkerkant geplaatst, aangedreven door een nok op de krukas, aan de andere kant werd een kleine aandrijving voor de VDO toerenteller geplaatst. Door deze constructie, met dubbele roterende inlaten, welke in een eerder stadium werd gebruikt door MZ, en de "dubbele" versnellingsbak had Kreidler de basis gelegd voor toekomstige successen. Maar dat duurde nog wel enkele jaren .....

Kreidlerdatabase

Aan het begin van 1961 leverde de machine 8 PK en was goed voor een top snelheid van 130 km/h.
De motor hing in de buis constructie met een standaard fabrieks achtervork en een fabrieks voorvork, echter met door Böge zelf ontwikkelde, hydraulisch gedempte schokbrekers die voor een beduidend betere wegligging zorgden. De wielen, met de serie remmen, werden niet verandert, echter de brandstoftank werd zodanig aangepast dat hij keurig in de windtunnel ontwikkelde racekuip paste. Eerste renner was Hans Georg Anscheidt, die met de eerste machine, bij het begin van het seizoen aan de start verscheen bij de race op St. Wendel en die ook meteen de wedstrijd won. In de loop van het jaar werden nog twee roterende machines gebouwd en doorlopend verbeterd.