Kreidlerdatabase

Ben Overmars

EBen OvermarsMST - Als kind al sleutelde en knutselde Ben Overmars aan bromfietsen. En nu, zo'n vijftig jaar later, is zijn passie voor de bromfietstechniek nog steeds niet gedoofd.

De Emstenaar heeft in de afgelopen kwart eeuw talloze gemotoriseerde tweewielers onder handen gehad en opgeknapt. Een groot deel daarvan heeft hij gehouden, zodat hij nu een bromfietscollectie heeft die in een museum niet zou misstaan.

Kreidler, Zündapp, Tomos, Batavus, het zijn zo maar een paar merken die in zijn collectie voorkomen. Maar ook Solexen en niet te vergeten bromfietsen van Royal Nord. Een legendarische bromfiets van Belgische makelij, licht Overmars toe. 'Stamt zo uit het begin van de jaren zestig. De techniek, het eigen geluid, vier versnellingen, gewoon de Rolls Royce onder de bromfietsen.'

Ben Overmars besloot vorig jaar wat rustiger aan te gaan doen en de zakelijke activiteiten in de familie meer aan zijn zoons Edwin en Marc over te laten. 'Ja, ik ben de vader van...', bevestigt hij. Maar de bromfietsen hebben nog onverminderd zijn aandacht.

'Het was voor mij vanaf de lagere school al een liefhebberij', zegt Overmars. 'Toen reed ik al op bromfietsjes. Later kon de Emstenaar ook in zijn werk zijn voorliefde voor techniek kwijt. Na een jaar bij een fietsenmaker in Apeldoorn te hebben gewerkt, kwam bij terecht bij Hafkamp in Twello. 'Daar heb ik zes jaar met plezier gewerkt. Ik heb daar heel erg veel geleerd', zegt hij. Toch verruilde hij in 1972 zijn baan in Twello voor een functie bij Tomos, de bromfietsenfabriek in Epe. 'Ik deed daar eerst de eindcontrole, maar ik heb ook in de werkplaats gewerkt, en heb me bezig gehouden met de goedkeuringen voor de brommers en met de buitenboordmotoren van Tomos.'

In de jaren tachtig begon hij zelf bromfietsen te verzamelen. Brommers kopen en dan opknappen. Ben Overmars bouwde in de loop van jaren zijn collectie al verder uit. 'Je kwam op beurzen en liep dan weer tegen iets op. Je hoort nu eenmaal veel als je in dat wereldje zit', stelt hij.

Overmars woonde achtereenvolgens in Emst, Epe en nu alweer een poos in Emst. Bij de verhuizing naar zijn huidige woning hakte hij de knoop door en verkocht een deel van zijn collectie. 'Ik heb er toen 28 verkocht en daar heb ik spijt van als haren op mijn hoofd', zo voelt hij het nog steeds. En hoewel Overmars destijds geen exemplaren heeft weggedaan die voor hem onvervangbaar waren, denkt de Emstenaar niet dat hij snel nog zo'n misrekening zal maken.

Toch hoeft een verdere uitbreiding van zijn collectie niet meer, weet hij. 'Er staan geloof ik 171 brommers en nu zet ik een streep eronder', zegt Overmars.

Ook als de collectie op deze ruim 170 brommers blijft 'steken', zou Overmars genoeg materiaal hebben om een museum te beginnen. Een idee? 'Ach wie weet dat ik in de toekomst iets met mijn zoons ga beginnen. We hebben bijvoorbeeld achter ons kantoor in Epe een grote hal en daar zou je iets mee kunnen doen. Aan de andere kant loop ik nu zo naar de brommers toe en dat is toch ook wel prettig. Je hoeft niet helemaal in de auto om erheen te rijden.'

Natuurlijk, Overmars hoeft er geen brommers meer bij, zegt hij. Maar... op het ogenblik werkt hij nog wel aan twee bromfietsen. Want het opknappen doet hij nog altijd wat graag. 'Dan ga ik 's avonds de garage in en zet ik een muziekje aan. Dan kan ik zo de hele avond met sleutelen bezig zijn.'

De Emstenaar heeft in de afgelopen kwart eeuw talloze gemotoriseerde tweewielers onder handen gehad en opgeknapt. Een groot deel daarvan heeft hij gehouden, zodat hij nu een bromfietscollectie heeft die in een museum niet zou misstaan.

Kreidler, Zündapp, Tomos, Batavus, het zijn zo maar een paar merken die in zijn collectie voorkomen. Maar ook Solexen en niet te vergeten bromfietsen van Royal Nord. Een legendarische bromfiets van Belgische makelij, licht Overmars toe. 'Stamt zo uit het begin van de jaren zestig. De techniek, het eigen geluid, vier versnellingen, gewoon de Rolls Royce onder de bromfietsen.'

Ben Overmars besloot vorig jaar wat rustiger aan te gaan doen en de zakelijke activiteiten in de familie meer aan zijn zoons Edwin en Marc over te laten. 'Ja, ik ben de vader van...', bevestigt hij. Maar de bromfietsen hebben nog onverminderd zijn aandacht. 

'Het was voor mij vanaf de lagere school al een liefhebberij', zegt Overmars. 'Toen reed ik al op bromfietsjes. Later kon de Emstenaar ook in zijn werk zijn voorliefde voor techniek kwijt. Na een jaar bij een fietsenmaker in Apeldoorn te hebben gewerkt, kwam bij terecht bij Hafkamp in Twello. 'Daar heb ik zes jaar met plezier gewerkt. Ik heb daar heel erg veel geleerd', zegt hij. Toch verruilde hij in 1972 zijn baan in Twello voor een functie bij Tomos, de bromfietsenfabriek in Epe. 'Ik deed daar eerst de eindcontrole, maar ik heb ook in de werkplaats gewerkt, en heb me bezig gehouden met de goedkeuringen voor de brommers en met de buitenboordmotoren van Tomos.'

In de jaren tachtig begon hij zelf bromfietsen te verzamelen. Brommers kopen en dan opknappen. Ben Overmars bouwde in de loop van jaren zijn collectie al verder uit. 'Je kwam op beurzen en liep dan weer tegen iets op. Je hoort nu eenmaal veel als je in dat wereldje zit', stelt hij. 

Overmars woonde achtereenvolgens in Emst, Epe en nu alweer een poos in Emst. Bij de verhuizing naar zijn huidige woning hakte hij de knoop door en verkocht een deel van zijn collectie. 'Ik heb er toen 28 verkocht en daar heb ik spijt van als haren op mijn hoofd', zo voelt hij het nog steeds. En hoewel Overmars destijds geen exemplaren heeft weggedaan die voor hem onvervangbaar waren, denkt de Emstenaar niet dat hij snel nog zo'n misrekening zal maken.