Kreidlerdatabase

Rinus Oorebeek KreidlerRinus Oorebeek eert het kleine

Hoe ver Oorebeeks drang tot restauratie gaat, blijkt wanneer hij vertelt dat hij koppelingsplaten heeft laten maken. `1200 stuks.'

Twaalfhonderd? `Ja, dat moest wel', zegt hij bijna verontschuldigend. `Kleinere partijen maakten ze niet. Ik heb er eigenlijk maar een handvol nodig en als ik op beurzen sta, verkoop ik er geen één...'

Rinus Oorebeek heeft iets droevigs over zich, iets triests. Zijn blik, zijn timide voorkomen. Het is slechts uiterlijke schijn. Rinus Oorebeek is een innemende man die ingetogen maar intens en met een hartverwarmende charme over zijn passie praat. Hij is een blij mens. Blij met zijn werk, blij met zijn motoren. Zijn Kreidlers, UFO's en MBA's. `Ja, daar ben ik wel zo vreselijk blij mee.' Een verhaal over een man die het kleine groots eert.

Rinus Oorebeek heeft een revisiebedrijfje. De 48-jarige Rotterdammer is het schoolvoorbeeld van iemand die van zijn hobby zijn beroep maakte. In een schuur achter zijn huis blaast hij nieuw leven in oude blokken en laat hij een schone glans over doffe onderdelen schijnen. Tot zijn cliëntèle rekent hij diverse oud-coureurs. Mannen op leeftijd, voor wie de nostalgie en het gevoel voor historie groeien naarmate ook de eigen jaren klimmen. Sommigen halen het verleden letterlijk in huis door hun oude liefde een prominente plek in de huiskamer te gunnen. Als ware het een trouw paard dat zijn oude dag onbekommerd mag slijten in groene weiden en warme stallen. De open deur is beplakt met posters die verkondigen dat Derbi `Campeona del Mundo' is en dat hier een `Kreidler Service' huist. Ook hangen er kleine blaadjes, met tape op de houten ondergrond bevestigd. `Even 'w.c.', leest de kleine boodschap, 'even op zolder' laat de ander weten. Maar de servicemonteur is gewoon 'even' niet ter plekke. Als Oorebeek aan komt benen, stappen we de werkplaats binnen. Overal blokken, enkele draaibanken, een drietal smetteloze Kreidlers valt op. Net als een indrukwekkende voorraad `Castrol A 747 2 Cycle Oil', een grote collectie `waaierpetten', de posters van `Kreidler Florett, funf Gange' en de fotografische herinneringen aan de oude glorie: Hans Spaan, Angel Nieto, maar ook Loris Reggiani, die op zijn Aprilia 250 in dit decor niet helemaal op zijn plek lijkt. Terwijl de Kreidlerquartzklok onhoorbaar tikt, dendert `Smells like Teen Spirit' van Nirvana uit de draagbare radio. Alles lijkt keurig gerangschikt. `Ik heb het spulletje net opgeruimd', bekent Oorebeek. `Maar als ik werk, is het zo weer een bende.'

Techniek en snelheid

Rinus Oorebeek
Rinus Oorebeek op de Maico 125 cc sprinter, waarmee hij nationaal kampioen sprint werd.

Rinus Oorebeek was altijd al geboeid door techniek en snelheid. Die fascinatie had tot gevolg dat hij zijn racelicentie haalde en zich met 50 cc'tjes in het vaderlandse wegracewereldje mengde. Maar coureur Rinus had één vervelende tekortkoming, zo merkte hij op de banen. `Ik kon niet zo goed sturen, ik zat anderen in de bochten in de weg. Op het rechte eind kwam ik ze wel weer voorbij, want die dingen van mij liepen als een speer.' Om van die akelige bochten af te zijn, maakte Rinus na een fikse valpartij zonder letsel de overstap naar de sprint. Met succes. Met een Maico 125 werd hij nationaal kampioen. `Daar heb ik nog wel foto's van', zegt hij en pakt het plakboek erbij. 'Kijk', wijst hij even later naar de foto in zijn hand. `Dat frame had ik zelf gebouwd. Superlaag was het. Magnesium vorkje van een Kreidler erin. Met spinnende wielen trok ik altijd weg. Ik weet niet meer waar hij is. Ik zou hem heel graag terug hebben.' Hij kijkt nog eens een beetje weemoedig naar de foto. `Was wel geinig.' Maar hoewel de Maico hem nationale sprintroem bracht, ligt Oorebeeks hart bij de 50 cc Kreidler. Zijn broodwinning bestaat voor een gedeelte uit de verkoop van 'Kreidler Racing Parts', maar de interesse ligt dieper dan alleen geldelijk gewin. In zijn racetijd bouwde hij net als Gerrit Strikker een frame dat een exacte kopie moest worden van jan de Vries' wereldkampioenschapsmachine uit 1973. In zijn werkplaats vragen drie prachtige racers om aandacht. Alle drie dragen zij het Van Veen Kreidler-logo, maar slechts een van de drie is een 'Original'. De opgeknapte'73-racer met onder meer een Ceriani-voorvork mag van Oorebeek wel weg ('hij is niet zo mooi nagemaakt'), een ander verhaal geldt voor de overig twee. `Die rechtse machine heb ik van Jan Huberts gekocht', vertelt Oorebeek. 'Een produktie-racer uit 1978, het laatste jaar dat ze gemaakt werden. Huberts zei dat-ie van Hans Spaan was geweest. Nou sprak ik Spaan laatst, maar die zei dat-ie hem alleen maar in elkaar had gezet.' Oorebeek trekt zijn schouders op. 'Och. Maakt ook niet uit.'

Duizenden lipjes

Rinus Oorebeek
De Maico 125 cc sprint machine.

'Die '78-produktie-racer is de mooiste die ze hebben gebouwd. Dat frame, alles heel modern Het blokje was ook het meest interessante wat ze gemaakt hebben. Toen ik deze kocht, was 'ie in een heel slechte staat. Ik heb hem helemaal opnieuw opgebouwd. Ik heb hem ook gekocht om te zien hoe'ie was gemaakt. Daarna heb ik zelf een mal gemaakt en dat was heel moeilijk met duizenden lipjes. De produktie-racers zijn C02 gelast, die van mij is met koper gesoldeerd En hoe vreemd het ook mag klinken, de eigenbouw wil Oorebeek niet meer kwijt. `Ja, het origineel is misschien wel meer waard, maar ik zie dat niet zo. Dit fietsje is krek eender. Ik heb hem zelf gemaakt. Een heel mooi machientje.' Uit de speaker van de radio klinkt 'I did it my Way' van de Sex Pistols. Oorebeek wijst naar het plafond en de muur. Daar hangen de originele bouwtekeningen, schaal 1:1, gedateerd 19 oktober 1977. `Die heb ik van Ziegler (de bouwer, red.) gekregen. Ja, het frame had ik toen al klaar...' Hoe ver Oorebeeks drang tot restauratie gaat, blijkt wanneer hij vertelt dat hij koppelingsplaten heeft laten maken. `1200 stuks.' Twaalfhonderd? `Ja, dat moest wel', zegt hij bijna verontschuldigend. `Kleinere partijen maakten ze niet. Ik heb er eigenlijk maar een handvol nodig en als ik op beurzen sta, verkoop ik er geen één...' Dit tragikomische verhaal heeft nog een vervolg. Een set koppelingsplaten bestaat immers uit twee verschillende soorten. En juist de ontbrekende soort, ontbreekt ook ècht. `Da's wel vervelend', vindt ook Oorebeek. De partij z.g.a.n. koppelingsplaten (`eerste eigenaar') ligt op de zolder curiositeitswaarde te verzamelen. Voor de liefhebber bouwt Oorebeek blokken van Van Veen-crossers om er '78'er replica's van te maken. `Die crossblokken waren zuigergestuurd, maar ik maak ze roterend. Dat ziet er dan precies eender uit.' Oorebeek pakt er een voorbeeld bij uit de schappen. `Kijk', zegt hij terwijl hij het carter openmaakt. `Ik maak er dan een plaat in. Oh, dit is een origineel. Ha, ha!' Naast de laatste Kreidler produktie-racer heeft Oorebeek ook een exemplaar uit 1965, de eerste jaargang. Hij pakt een map met knipsels en klopt met zijn wijsvinger op een vergeelde foto uit een dertig jaar oud nummer van Weekblad MOTOR. `Daar ben ik wel zo blij mee. Die ga ik helemaal opbouwen. Ik heb alle onderdelen al, behalve de toerenteller.'

Spijt

Toen de slopershamer destijds het pand van Van Veen in Amstelveen nietsontziend tegen de vlakte mokerde, had Oorebeek al een ronde gemaakt. Hij waande zich in een walhalla dat enige uren later zelf naar het hiernamaals zou worden gezonden. `Ik kon niet geloven wat er allemaal nog stond. Mallen van stroomlijnen, uitlaten van Wankels waar ze zich nu gek naar lopen zoeken. Ik kwam ook in een kamertje met allemaal boekjes over Jan de Vries. Buiten liepen jongens met een karretje en daar een complete Husqvarna op. Ik was er met mijn auto en die heb ik helemaal vol geladen. Ik had beter met een verhuiswagen kunnen komen, daar heb ik nog spijt van. Ze lieten gewoon het dak erop vallen!' Het ongeloof en de verbazing is nog steeds hoorbaar in Oorebeeks stem. Toch sleepte hij behoorlijk wat spullen weg uit de Van Veen erfenis. 'In het begin heb ik veel verkocht voor weinig geld en daar heb ik ook best spijt van. Onder andere een cilinder van De Vries. Dat had ik nooit moeten doen. Ik ben nu van plan om er zelf een te gieten. Een mal heb ik al gemaakt.' Een pronkstuk (`och, ik ben overal wel blij mee') is een fabrieksblok waarmee Jan de Vries in 1973 wereldkampioen werd. `Die zandgegoten carters zijn echt zeldzaam, vooral die cilinder is uniek. Daar zijn er misschien nog maar één of twee van. Het blok is niet compleet, mar ik wil het wel compleet hebben. Er gaat wel veel geld in zitten, maar ik maak veel zelf.' Uit het Van Veen-verhaal leerde Oorebeek wel één ding: doe nooit iets te snel van de hand. `Ik ben nu al profielbandjes en slicks aan het verzamelen, want het is een probleem om die te krijgen voor die oude machines. lk leg ze in de kelder voor later. Ze rijden er nu veteranenraces mee.'
Het gesprek wordt naar een hoger niveau getild.

Rinus Oorebeek
nr. 80 is Rinus Oorebeek, tijdens een K.N.M.V. race op circuit Zandvoort in 1972

Op de eerste verdieping van Oorebeeks woning zijn in twee kamers onderdelen en motoren te vinden. Met medeweten èn instemming van zijn wederhelft. `Mijn vrouw heeft zelf veel hobby's en heeft er geen problemen mee dat ik dit mooi vind.' Zo'n bewering vraagt om een ongeloofwaardig gezicht. `Nee eerlijk waar. Ik maak geen geintje.' In een van de kamertjes staan onder de zoldertrap twee racers waar nog een heleboel werk aan verricht moet worden. Op de tank van een machine liggen -keurig op een doekje - een aantal vliegvissen. `Ik heb altijd gewerkt', zegt hij. `Eerst ook elke zondag. Maar nu ga ik vissen, vliegvissen. Daar ben ik helemaal gek van.'

Toch moet de machine, die er nu nog in een droefstemmende staat bij staat, een van de toppers van de collectie worden. `Dat is een 80 cc Kreidler van Hans Spaan. Dat ding stond bij hem op de zolder en ik had al een tijdje lopen zeuren of hij 'm niet wilde verkopen. Uiteindelijk heeft-ie het toch gedaan. lk had hem nooit verkocht. Hij is hier een paar keer Nederlands kampioen mee geworden. Ja, dat wordt een mooi fietsje.' Oorebeek glundert. `Uiteindelijk willen ze allemaal zo'n oud ding terug hebben, hoor. Cees van Dongen moest er eerst ook niks meer van hebben, maar hij wil nu graag zijn oude Kreidler terug.' De Kreidler-spullen overheersen in Oorebeeks schuur, maar er staat en ligt nog meer interessants. Zoals een niet geheel complete Italiaanse 50 cc UFO-racer uit 1975. 'Ik was in Italië en ik zeg daartegen zo'n Italiaan dat ik zo'n blokje zoek. Hij had het niet, maar een tijdje later komt hier een Nederlander met zo'n blok. Had hij het zomaar meegegeven aan die man. Dan moest ik later maar de 600.000 lire overmaken, zo'n 600 gulden. Maar ik was er hartstikke blij mee. Heel mooi blokje. Daar kun je bijna niet meer aan komen. Eigenlijk is het een halve MBA. Daar verzamel ik ook alles van.' Naast zijn drie Kreidlers staat een rood-witte MBA 125 cc-twin. `Daar had ik nog een heleboel onderdelen van en zo heb ik hem opgebouwd. Dat vin'k nou echt mooi. Zo'n blokje loopt ook zo verschrikkelijk mooi. En ze bleven ook wel aardig heel. Er zijn er zo veel van geweest, maar je vindt ze nu niet meer. Pas geleden heb ik op een Italiaanse rommelmarkt nog een frame gekocht. Daar ben ik heel blij mee. Er is een stuk afgezaagd. Zonde van zo'n frame, hè. Ik maak er wel weer een wieg aan.'

Uniek

Rinus Oorebeek
Rinus Oorebeek in 1971 bij een N.M.B. race 50cc B klasse op Kreidler

Oorebeek klautert de trap op met een gemak dat verraadt dat die gang vele malen gemaakt is. Maar toch: wanneer hij de zolder betreedt, lijkt Oorebeek zich oprecht te verbazen over het decor. `Wat een rotzooi, zeg.' Dat is een waar woord. Hoewel keurige schappen aan de muren zijn gemaakt, ligt de vloer bezaaid met halve blokken, stroomlijnen en andere onderdelen. Oorebeek verzorgt als een volleerd gids een alternatieve rondleiding, waarbij hij wijst op weer een of ander min of meer zeldzaam artikel. `Daar ligt dat partijtje koppelingsplaten waar ik het over had.' Bij elk onderdeel hoort een verhaal. Bij voorbeeld bij die naaf van een Derbi. `Overal had ik er naar gezocht. In de fabriek, op beurzen. Overal. En waar vond ik hem? Gewoon hier in Nederland bij iemand die ik kende. Hij lag daar gewoon in een kist! Ik wist niet wat ik zag. Hij had kunnen vragen wat ie wilde, maar die naaf was voor mij.' Oorebeek glimt als een blij kind. Het geluk ligt hier letterlijk in een klein hoekje. `Kijk, hier, hier! Dit is echt uniek. Echt uniek', zegt hij opeens ietwat opgewonden en stapt met afgemeten passen over de `rotzooi' naar een stapel posters. `Hier: posters met de handtekening van Angel Nieto. Niet erop gedrukt, maar hij heeft ze er echt op gezet. Uniek! Moet je er één hebben?'

Artikel overgenomen van www.kreidler.nl !