Kreidlerdatabase

Jan Bruins

Kreidler Wat zou iemand zich met een klein jaar Grand Prix ervaring nog meer kunnen wensen, dan het winnen van een Grand Prix? Bij Jan Bruins , de verrassende winnaar van de Grand-Prix van Joegoslavië, hoeft men niet lang op het antwoord te wachten: 'Een overwinning voor eigen publiek!'

KreidlerOndanks het feit, dat de 32-jarige Jan Bruins reeds vanaf 1961 actief is in de wegracesport, heeft hij in eigen land nog nooit de hoogste trede van het erepodium mogen beklimmen.

Wat hem in Nederland niet lukte, lukte echter wel in België, waar hij in 1966 voor het eerst een zege behaalde, een succes dat hij nadien nog eenmaal herhaalde.

Zijn mooiste resultaat is echter de Grand Prix overwinning in Opatija, een uitslag die zondag 18 juni nogal wat verwarring veroorzaakte op de telexen van de internationale persbureaus. De 50 cc klasse zou gewonnen zijn door de Nederlander ' Jan Bruyers'. Dat moest een vergissing zijn en prompt hoorden wij zondagavond ook via de radio dat Jan de Vries zijn derde GP-zege geboekt had. Een telefoontje van onze correspondent hielp ons echter zondagnacht uit de droom. Niet Jan de Vries, maar Jan Bruins was de winnaar geworden op het heuvelachtige boulevardcircuit in Opatija.
De blonde coureur uit Deventer, die dit seizoen voor het eerst aan alle Grand Prix wedstrijden deelneemt, vertelt over die geweldige belevenis: 'In de training maakte ik de vierde tijd, maar 1 seconde langzamer dan Kunz. Ik dacht: die pak ik! In Italie kon ik hem ook hebben en toen was hij in de training zelfs drie seconden sneller.

Buscherini ging het eerste weg, gevolgd door Bartol. Ik kwam ook goed weg en lag direct derde. Nieto kwam ons echter al snel voorbij, maar maakte een tactische fout om op Jan de Vries te wachten, waardoor hij vermoedelijk een vette pit kreeg.

De Malanca van Buscherini en de Kreidlers van Bartol en mij bleken precies even snel, maar ik pakte ze beiden met uitremmen. Ik sloeg gelijk een gat, dat ik ze nooit meer terug gezien heb.
Echt je moet er hier in Nederland vaak harder voor knokken dan tegen zulke mannen. Ik lag derde! Daarna kreeg ik door dat Nieto gestopt was en dat ik tweede lag achter Jan . Wat een weelde!

Kreidler

 

Nieto was weer gestart en liep volgens de pitseinen snel in. Ik dacht: 'Ik ga me hier toch niet te barsten rijden. Als hij mij in wil halen doet hij dat toch wel!' Wel, het lukte Nieto niet om Jan Bruins in te halen. Jan geloofde zijn ogen niet toen hij een halve kilometer voor de finish ook nog Jan de Vries met pech zag staan. De eerste plaats! Ongelooflijk.

KreidlerJan Bruins is, zoals hij zelf zegt, bezeten van de 50 cc wegracerij. Niettemin bekijkt hij zijn sport zeer nuchter, zoals blijkt uit zijn koele gedachtegang in Opatija: rustig uitrijden, niet forceren!. Toch is deze rustige, Deventer zakenman bereid om risico's te nemen, maar zijn zelfdiscipline en verantwoordelijkheids- gevoel zijn groot genoeg om tijdig een grens te trekken. Omdat zijn machine niet het snelst is, gebruikt Jan erg veel tijd om een circuit optimaal te leren kennen. Waar anderen afsluiten probeert hij een paar metertjes winst op de concurrentie te boeken. In zijn orgineel geschreven race-dagboek lezen wij zelfs, dat het in de beginjaren is voorgekomen dat hij in het buitenland 's nachts de slaap niet kon vatten en daarom ter afleiding met behulp van een zaklantaarn maar het circuit ging verkennen. Jan schrijft letterlijk in zijn plakboek: 'Dat moet wel een vreemd gezicht geweest zijn voor de Belgen. Twee Nederlanders, Martin Mijwaart en ik , die in het holst van de nacht over het circuit liepen te dwalen' Als eigenaar van een bloeiend garagebedrijf in Deventer (250 nieuwe auto's per jaar, 15 medewerkers) kan Jan zich zonder al te veel problemen voldoende vrijmaken voor zijn hobby, die hij echter puur als hobby wil blijven beoefenen. Het tunen en prepareren van zijn J.B. Kreidler

(hij zegt dit met enige zelfspot) vindt plaats in een betrekkelijk kleine kelder onder de grote garage welke speciaal is ingericht o.a. met een zelfgebouwde vermogenstestbank met behulp van een grote elektromotor, Daar is Jan vele uren te vinden, niet overdag maar vrijwel altijd in de avonduren. De gein van het wegracen beleeft Jan ook voor een groot deel door zelf te experimenteren , door zelf te zoeken naar meer vermogen. Een deel van het werk aan het motorblok heeft hij deze winter uitbesteed aan Herman Meyer (HEMEYLA) die een Kreidlercarter met 6-versnellingsbak en speciale krukas voor hem maakte. Al het werk aan de watergekoelde cilinder en de poorttiming komt echter uit Jan 's eigen koker, kennis die gestoeld is op veel praktische ervaring en veel denkwerk. Ook het rijwielgedeelte is een JB ontwerp. 'Het is voor mij niet zo'n probleem om een snelle fiets voor veel geld te kopen' zegt hij, 'maar ik wil de wegracerij helemaal buiten de zaak houden. Ik heb al teveel zaken aan geldverslindende hobby's kapot zien gaan!' Hoewel hij verschrikkelijk blij is met vierde, vijfde of zesde plaatsen, blijft hij zijn GP-resultaten nuchter bekijken, is hij ook niet blind voor eigen fouten. 'In Francorchamps deed ik het helemaal verkeerd!' zegt Jan . 'Die vierde plaats van Bartol had voor mij kunnen zijn. Ik maakte echter de fout om in de voorlaatste ronde Bartol en Kunz eruit te remmen bij La Source, in plaats van in de laatste ronde. Te laat realiseerde ik mij dat mijn Kreidler niet snel genoeg was om ze los te kunnen rijden. Ik ging wel als eerste over de streep in de derde ronde, maar daarna kwamen ze mij weer voorbij, zo snel en zo ruim, dat ik geen kans zag om weer in de slipstream te duiken! Dat was een lelijke misrekening. Dan merk je ook, dat je vooral op zulke circuits nog ervaring te kort komt. Zo'n heuvelachtig circuit als dat van Opatija of Francorchamps is heel wat anders dan bijvoorbeeld het circuit van Assen.

De Nurburgring was helemaal erg moeilijk. Daar wipte ik op de moeilijke stukken maar steeds van de een naar de ander. Kwam er een onoverzichtelijke bocht dan bleef ik op zo'n 30 meter hangen om te kijken of de weg naar links of rechts liep, zodat ik in ieder geval aan de goede kant van de weg kon gaan zitten. Ik heb dit seizoen ontzettend veel geleerd, maar een nadeel is, dat ik vrijwel alle circuits voor het eerst zie. In 1971 heb ik namelijk aan het eind van het seizoen alleen maar Zweden en Spanje gereden.' Overigens boekte Jan in 1971 met een vierde plaats in Assen, een zesde plaats in Zweden en een vijfde plaats in Spanje 19 wereldkampioenschappunten, waarmee hij als tiende op de wereldranglijst eindigde. Na de GP van Oost-Duitsland neemt Jan momenteel de zesde plaats op de wereldranglijst in, een plaats die wellicht hoger had kunnen zijn als hij op de Sachsenring niet gevallen was. Niet met zijn eigen machine maar met een 50 cc fabrieks Derbi. Het contact met Derbi werd via een grapje gelegd. In Francorchamps zei Jan tegen de manager van Derbi: 'Als die fiets van jullie harder loopt dan mijn eigen Kreidler wil ik er ook wel eens op rijden' Het geintje van de blonde Hollander werd echter serieus genomen en op de Sachsenring mocht Jan in het zadel van de Derbi stappen.

Helaas brak in de vierde trainingsronde de zuiger, waardoor de motor bij een snelheid van 160 km/u vastliep en de coureur in de strobalen belandde. Jan is nog vol lof over de fantastische behandeling door Derbi. Hij kreeg een royale financiele pleister op de verwondingen (die overigens nogal meevielen), zijn vrouw kon enkele dagen op kosten van Derbi in een hotel logeren, terwijl men hem verzekerde, dat de val niet aan hem maar aan de machine te wijten was. Terwijl wij deze regels schrijven is Jan Bruins vermoedelijk bezig zijn trainingsronden te draaien in Zweden. Naast 50 cc racen bestaat er geen andere hobby voor hem- 'daar ontbreekt mij gewoon de tijd voor', zegt hij lachend - maar hij gunt zich wel de tijd om in elk land iets van de leefgewoonten te leren 'en' zegt Jan , 'Ik ga in ieder geval minstens één keer de specialiteiten in elk land proeven!'. Het ziet er voorlopig niet naar uit dat Jan het plezier in zijn wegracesport zal verliezen. 'Zolang ik schik blijf houden in de racerij, zolang de zaken privé en zakelijk niet te zwaar worden, ga ik door en mocht ik ooit stoppen, misschien ga ik dan wel een veelbelovende, jonge rijder sponsoren'.

 

Kreidler

Kreidler

KreidlerKreidlerKreidler