Kreidlerdatabase

Een Kreidler bromfiets omkeuren naar motorfiets

Hierbij een aantal handige tips voor het omkeuren naar motorfiets.

Hoewel dit niet compleet zal zijn en er zeker nog tips bij zullen komen hier een aantal handige tips en voorschriften die behulpzaam kunnen zijn als je jouw Kreidler bromfiets wilt laten keuren als motorfiets bij de RDW.

Aanvullingen en verbeteringen zijn van harte welkom, mail deze even naar Louis

Belangrijk i.v.m. Tweetakt keuringen !!!

Contact gehad met het RDW en dit is inderdaad voor nieuwe voertuigen.
Voor oldtimers verandert er niets:
Bij invoer:

Hier de eisen:

  1. Je moet zorgen dat je Kreidler voldoet aan de keuringseisen voor motorfietsen.
  2. Je moet aankunnen tonen dat de Kreidler voor 1998 is geproduceerd d.m.v. een bouwjaarverklaring
  3. Je moet d.m.v. een verkoopverklaring de herkomst van de Kreidler kunnen aantonen (dat ie van jou is)
  4. Sommige Kreidlers hebben geen dim/grootlicht
  5. Sommige Kreidlers hebben geen remlicht (verplicht m.i.v. 26-11-1975)
  6. Sommige Kreidlers hebben geen rode reflector achter
  7. Sommige Kreidlers hebben geen kentekenverlichting
  8. Sommige Kreidlers hebben geen linkerspiegel (verplicht m.i.v. 26-11-1975)
  9. Sommige Kreidlers hebben geen verlichting in de snelheidsmeter (verplicht m.i.v. 26-11-1975)
  10. De Kreidler MOET harder kunnen rijden dan 55 km/u
  11. Je moet jezelf kunnen indentificeren d.m.v. je ID
  12. Neem óók je rijbewijs mee, daar staat ook je burgerservicenummer op
  13. Doe alle benodigde bescheiden in een mapje, de keurmeester wordt daar blij van

 

Keuringsstation

Het beste maak je een afspraak. Dat kan via de site, maar kan ook telefonisch, dan ben je meestal vlotter aan de beurt dan de site je wil laten geloven. Bij het keuringsstation trek je een nummer en wacht je tot je aan de beurt bent. Zorg dat je op tijd bent en dat je je brommer vooraf nog even kunt laten draaien. Ik heb een keer op het laatst nog een bougie moeten wisselen. Neem wat klein reservespul zoals lampjes en dergelijke mee.

BPM

Als de brommer zowel technisch als qua documenten in orde is krijg je een papier dat je nodig hebt voor je BPM afdracht. Die zal in de meeste gevallen voor je klassieker motorfietsje 0,- bedragen. Vroeger kon je vervolgens naar naar het naastgelegen loket van de douane naar sinds 1 december 2009 helpen die gasten je niet meer met je BPM aangifte, sterker, je moet wel je aangifte daar inleveren, maar je mag thuis je BPM formulier downloaden, het invullen en dan weer terug naar de douane.
Bedenk dat ze ook nog zich op de toonplicht mogen beroepen, dus je zou je fietsje ook nog mee moeten nemen.
Alles over de BPM aangifte lees je hier.

Beter print je een formulier (of 2, kun je nog eens wat verkeerd doen).
Invullen is prima zelf te doen, zeker omdat je vanwege de leeftijd van je machientje de helft mag overslaan.
Dat scheelt een boel ergernis.

Reken op een euro of 180,- bij de RDW en nog eens 15-20 voor de nummerplaat.

Succes!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Keuringseisen motor

(Samengevat uit: http://wetten.overheid.nl/BWBR0025798 Regeling voertuigen, Permanente eisen)

Afmetingen en massa’s

Artikel 5.4.6
Motorfietsen mogen:
a. niet langer zijn dan 4.00 m;
b. niet breder zijn dan 2.00 m, en
c. niet hoger zijn dan 2.50 m. 
Motorfietsen met zijspanwagen alsmede motorvoertuigen op drie asymmetrisch geplaatste wielen, die in gebruik zijn genomen voor 1 november 1996, mogen niet breder zijn dan 2,55 m.

LPG

Zie: Artikel 5.4.10

Geluid

Artikel 5.4.11
Motorfietsen moeten blijven behoren tot een goedgekeurd type als bedoeld in artikel 3 van het Besluit geluidproduktie motorvoertuigen (Stb. 1981, 741).
Motorfietsen mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau produceren dan de waarde die voor het voertuig is vermeld in het kentekenregister, vermeerderd met 2 dB(A). Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 33, 34 en 35, van toepassing. 
Motorfietsen waarvoor geen waarde als bedoeld in het vierde lid is vermeld, mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen te hoog geluidsniveau produceren. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 33, 34 en 35, van toepassing.

Teller

Artikel 5.4.15 
Motorfietsen die in gebruik zijn genomen na 26 november 1975, moeten zijn voorzien van een goed werkende snelheidsmeter, die ook bij nacht voor de bestuurder goed afleesbaar is.

Wielen

Artikel 5.4.20 
De wiellagers van motorfietsen mogen niet teveel speling vertonen. Verschijnselen van slijtage of beschadiging van wiellagers mogen niet hoorbaar of voelbaar zijn.
Artikel 5.4.21 
De wielbasis van motorfietsen mag niet meer dan 60 mm afwijken van de waarde die voor het voertuig is vermeld op het kentekenbewijs of in het kentekenregister.
Artikel 5.4.48 
De wielen onderscheidenlijk banden van motorfietsen mogen niet aanlopen.

Banden

Artikel 5.4.27
De banden mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is. De banden mogen geen uitstulpingen vertonen. De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,0 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren. De op de band aangegeven draairichting moet overeenkomen met de draairichting van de band in voorwaartse rijrichting van de motorfiets.

Balhoofd

Artikel 5.4.29
De voorvork moet zonder zware punten in het balhoofd kunnen draaien. De balhoofdlagering mag geen zichtbare speling vertonen.

Remmen

Artikel 5.4.31
Motorfietsen moeten zijn voorzien van een reminrichting waarvan de onderdelen deugdelijk zijn bevestigd met de daarvoor bestemde bevestigings- en borgmiddelen. Het rempedaal onderscheidenlijk de remhendel mag geen zodanige slag maken dat het pedaal dan wel de handel tot een aanslag kan worden ingetrapt of ingedrukt. Het oppervlak van het rempedaal moet stroef zijn. Wielen die zijn voorzien van een trommelrem, moeten in onberemde toestand in beide richtingen kunnen draaien zonder dat de remvoering aanloopt. De remvoering van wielen die zijn voorzien van een schijfrem, mag in onberemde toestand in beide richtingen enigszins slepen.

Spiegels

Artikel 5.4.45 
Motorfietsen die in gebruik zijn genomen na 16 juni 2003, moeten zijn voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel. Motorfietsen die in gebruik zijn genomen na 26 november 1975 doch voor 17 juni 2003, moeten zijn voorzien van:
a. een linkerbuitenspiegel, en
b. een rechterbuitenspiegel indien de maximumsnelheid van het voertuig 100 km/h of meer kan bedragen en het voertuig na 31 december 1996 in gebruik is genomen.

Verlichting 

Artikel 5.4.51
Motorfietsen moeten zijn voorzien van:

a. één groot licht; 
b. één dimlicht; 
c. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van de motorfiets indien de motorfiets in gebruik is genomen na 31 december 1996. Het licht van de richtingaanwijzers van motorfietsen in gebruik genomen na 30 juni 1967 moet knipperen; 
d. één stadslicht indien het voertuig na 31 oktober 1997 in gebruik is genomen; 
e. één achterlicht;
f. één remlicht indien het voertuig in gebruik is genomen na 26 november 1975; 
g. achterkentekenplaatverlichting; 
h. één rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig. 
Onverminderd onderdeel c, mag, indien de motorfiets is voorzien van een zijspanwagen en in gebruik is genomen na 31 oktober 1997, de aan de motorfiets aangebrachte richtingaanwijzer aan de zijde van de zijspanwagen niet functioneren.
Artikel 5.4.52 
Zijspanwagens, verbonden aan een motorfiets, moeten zijn voorzien van:
a. één richtingaanwijzer aan de voorzijde en één richtingaanwijzer aan de achterzijde indien de motorfiets in gebruik is genomen na 31 oktober 1997;
b. één achterlicht;
c. één stadslicht indien de motorfiets in gebruik is genomen na 31 oktober 1997; 
d. één remlicht indien de motorfiets in gebruik in genomen na 31 oktober 1997, en
e. één rode retroreflector aan de achterzijde van het voertuig.
Artikel 5.4.54
De afstand tussen de lichtdoorlatende gedeelten van de richtingaanwijzers aan de voorzijde bedraagt ten minste 240 mm. De afstand tussen de lichtdoorlatende gedeelten van de richtingaanwijzers aan de achterzijde bedraagt ten minste 180 mm.
Artikel 5.4.55
De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed. 
De retroreflector mag geen gebreken vertonen, die de retroreflectie beïnvloedt.
Remlichten van motorfietsen moeten werken bij bediening van de achterwielrem of de voorwielrem.
Artikel 5.4.56 
Het dimlicht van motorfietsen moet goed zijn afgesteld, hierbij is het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 113 en 114, van toepassing.
Artikel 5.4.57
Motorfietsen mogen zijn voorzien van één of twee mistachterlichten.
Artikel 5.4.62
Het ingeschakeld zijn van het mistachterlicht of de mistachterlichten moet door middel van een controlelampje dan wel door de stand van de schakelaar aan de bestuurder kenbaar worden gemaakt.

Aanhangers

Artikel 5.4.66
Indien de motorfiets is voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen, moet deze inrichting deugdelijk zijn bevestigd en mag deze niet zijn gescheurd, gebroken, in ernstige mate door corrosie zijn aangetast of vervormd. Bij een koppelingskogel met een nominale diameter van 50 mm moet de diameter van de kogel ten minste 49 mm bedragen.

Toeter

Artikel 5.4.71
Motorfietsen moeten zijn voorzien van ten minste een geluidssignaalinrichting die bestaat uit een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte. Een samenstel van zodanige, tegelijk werkende hoorns wordt als één hoorn beschouwd.