Kreidlerdatabase

Ein Kreidler museum kommt ins Museum

Op 2 mei 1982 betaald iemand uit Stuttgart 148.500 DM om de naam Kreidler voor een museum te behouden.

'Voor de eerste-, voor de tweede-, voor de laatste maal.'

Einde KreidlerDe motorfiets uit 1950 gaat naar bieder nummer 37.
Ruim 15 van de 39 historische bromfietsen en motoren zouden van bieder 37 ( Gerhard Kneppper) kunnen zijn als daar niet de geheimzinnige en onbekende bieder zou zijn geweest.

Zijn bod van 148.500,00 DM ligt duidelijk boven de som van de per stuk aangeboden Kreidler 's die 's morgens in de oude Kreidler fabriekshal aangeboden worden.

Het voorbehoud van veilingmeester Olaf Heck wordt steeds duidelijker bij iedere hamerslag.

Veiling 2De veilingmeester doet nog een laatste poging om het gevoel van onbehagen in de fabriekshal weg te nemen:
'is er iemand in de zaal die het bod van 148.500 DM wil overbieden?'

De kleine 50 aanwezigen zijn stil.
De stemming in de oude fabriekshal is bedrukt. Geen van de aanwezigen wil zich over het goede bod juichend uitlaten.

Friedhelm Raatz en Hans Stellmacher van het Zweirad-Museum in Neckarsulm hebben toch nog kans gezien om 3 Kreidler 's uit handen van de geheimzinnige koper te houden, maar zijn duidelijk teleurgesteld.

Zelfs nadat al was gebleken dat het bod van de stad Neckarsulm van 20.000 DM niet toereikend zou zijn. Voor 4.400 DM heeft het museum uiteindelijk de hand weten te leggen op een Kreidler Roller uit 1954 (jawel die van de wereldreis), een Kreidler Florett uit 1958 en een Kreidler Florett uit 1967.

Ook Hans Georg Anscheidt, de laatste Sport-Chef van Kreidler en voormalig wereldkampioen, heeft een machine te pakken gekregen. 3.300 DM waren nodig om in het bezit te komen van de Kreidler 1959 waarmee hij Duitse Meister werd. 'Ik heb de machine in mijn kamer gezet, waar ook de twee-cilinder Suzuki met 14 versnellingen staat, waarmee ik wereldkampioen ben geworden.'

Treurig is ook Rudolf Kunz, die geen pogingen onderneemt zijn Kreidler te bemachtigen.

Rudolf KunzRudolf Kunz is de coureur die het wereldsnelheidsrecord 50cc vestigde in Salt Lake City in Utah - USA (210,634 km/u) welk record hij reed op 23 oktober 1965.
Hij hoopt slechts dat zijn machine in goede hande terecht komt.

In welke handen de verzameling terecht komt blijft op zaterdag 8 mei nog onbekend en voert de spanning weer hoog op. Als veilingmeester Olaf Heck het woord neemt hangen alle aanwezigen aan zijn lippen:

'Mijne dames en heren, de nieuwe bezitter van het Kreidler museum is in de zaal aanwezig, maar wil absoluut anoniem blijven. Ik kan u echter mededelen dat de nieuwe eigenaar de verzameling compleet wil houden, in het gebied van Stuttgart wil tentoonstellen en voor iedereen toegankelijk moet zijn'.

Nog één keer probeert Olaf Heck de geheimzinnige bieder over te halen zich bekend te maken, maar er volgt geen reactie. 
De nieuwschierigen kijken om zich heen en je ziet ze denken 'ben jij het, ben jij het??' De aanwezige televisie- kranten en sportblad journalisten proberen bij de aanwezigen te ontdekken wie de bieder is, maar niemand meld zich. Het geheim blijft goed bewaard.

Ook de burgemeester van Stuttgart Manfred Rommel brengt geen duidelijkheid, 'ik heb besloten dat de aanschaf en de expositie van de complete collectie niet door Stuttgart gedragen kan worden.' Deze uitspraak brengt het Zweirad-Museum in Neckarsulm weer in beeld.

De 'Heibronner Time' meld op 12 mei dat er onderhandelingen gaande zijn tussen Herr Z. en het museum. Herr Z. is een (op dat moment) 51-jarige vermogens beheerder die met het museum een probleem heeft. Het museum heeft gewoon te weinig plaats om de complete verzameling van 39 Kreidler 's tentoon te stellen, waardoor de naam Kreidler mogelijk in het vergeethoekje raakt.

Op maandag geeft Herr Z. een interview aan de Suddeutschen Rundfunk, maar ook weer zonder zijn geheim prijs te geven.

Eerst in de volgende dagen wordt duidelijk wie Herr Z. is. Op donderdag 13 mei wordt duidelijk dat het hier Herr Christof Zimmerman betreft, de nieuwe bezitter van de museum collectie.
De 51 jarige Stuttgarter woont in de buurt van de 'Kreidler -Werke' en is begeesterd door Kreidler sinds zijn twintigste.

'Ik heb de meeste hoogachting voor de Kreidler ingenieurs en de persoonlijke inzet van de coureurs. Ik werd erg door het einde van Kreidler getroffen. Ik wil deze verzameling van zeer interessante Kreidler 's compleet houden, waardoor de jongeren over 30 jaar nog steeds weten wat Kreidler eenmaal was.'

Een Kreidler voor zichzelf houden wilde hij niet. Een duur gevoel, want verhoogd met de BTW en de veilingkosten koste dit grapje hem ruim 190.000 DM.

Maar alle zes de gezinsleden die ik vertelde wat ik van plan was (4 dagen voor de veiling) waren het met me eens. Het liefste zou ik de complete verzameling in een eigen museum onderbrengen in Stuttgart-Zuffenhause, maar dat lukt niet. Daarom schenk ik de complete verzameling aan het Zweirad-Museum in Neckarsulm.

Het Zweirad-Museum in Neckarsulm wilde eigenlijk 20.000 DM betalen voor de complete verzameling, maar heeft deze nu voor niets gekregen.
Een klein messing naamplaatje met 'geschonken door familie Zimmerman' zou leuk zijn.

Ook Karl Müller en zijn collega Werner Schmidt, (L) twee medewerkers die 31 jaar bij Kreidler hebben gewerkt en vanaf het begin zich hebben ingezet voor het merk Kreidler zijn duidelijk aangeslagen.

Karl Müller en zijn collega Werner Schmidt

De laatste bedrijfsleider bij Kreidler , Heinrich Keim, (R) is duidelijk teleurgesteld.

Christof Zimmerman
Hans Georg Anscheidt op zijn Kreidler van 1959. Hans Georg Anscheidt - 1959

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kreidler faillesement


Geen kansen meer voor Kreidler . Na het faillissement zal er nog altijd een tekort zijn van 15 miljoen mark.

Op de IFMA 1980 nam de geruchtenstroom al toe: Kreidler staat kort voor het einde. Zelfs de handelaren die van de moeilijkheden bij de Schwabische firma nog niets gehoord hadden vertoonden grote onzekerheid tijdens de prévoorstelling van de modellen. Kreidler was voor de start van de lichte motorfietsen nog minder gerust dan de Duitse concurrentie. Ook het pas voor de helft voltooide Enduro model 'Mustang' beloofde geen succesvolle entree in de nieuwe klasse. Het gevecht om te overleven voor de oude Kreidler GmbH was op dit ogenblik al gestreden, het halve jaar tot de ineenstorting was zonde van de tijd waarin misschien door het direct ontkoppelen van de tweewielertak het roer nog enigszins op tijd kon worden omgegooid. 
Het aantreden van de drie gebroeders Willner en hun neef Antin Willner in maart 1981, wekte nog éénmaal vertrouwen bij de investeerders, Kreidler -handelaren, leveranciers en liefhebbers van het merk. Kenners van de branche voorspelden echter al eerder dat de poging tot een doorstart te duur en tevergeefs zou zijn.

Op 1 februari 1982, midden in het dal van de omzet, dat er altijd was gedurende de winter, was het dan zover: De Kreidler GmbH & Co KG vroegen bij de rechtbank in Ludwigsburg een surseance van betaling aan. 
De voorgeschiedenis van de Kreidler misère is snel verteld.
Tot zijn dood in september 1980 hield de eens zo geniale motorbouwer, maar nu op hoge leeftijd koppige en rechtlijnige ondernemer Alfred Kreidler de schijn hoog een bedrijf te leiden dat zonder gebreken was.
Als in februari 1981 de opdracht tot faillissement een tipje van de sluier oplichtte waren er verplichtingen van 160 miljoen Deuts Mark waar slechts 140 miljoen Deuts Mark aan activa tegenover stonden. De ondergang was een gevolg - en dat nu is het tragische aspect voor de tweewieler afdeling- van de productie van metaal halffabricaten, de tweewielers op zich genomen waren tot het laatst aan toe in de zwarte cijfers gebleven.
Zeer noodzakelijke investeringen in de metaal sector waren achterwegen gebleven en het eens zo stralende tweewielermerk Kreidler ging ten onder in de overigen activiteiten van de GmbH.

Het einde van de onderneming en het aantreden van de Willners kwam op een mogelijk ongunstig moment. De Duitse fabrikanten van lichte gemotoriseerde tweewielers zaten in een zware crisis. Het liet zich aanzien dat de Japanners de concurrentiestrijd bij de lichte motorfietsen middels lage prijzen zouden aangaan. Parallel hieraan liep de ineenstorting van de bromfietsmarkt.
De 'Mofa' liep in die tijd al slechter dan dat de meest pessimistische kenners uit het vak hadden voorspeld.
Voor Kreidler en de nieuwe bazen waren er nog de bijkomende problemen waarmee de Duitse concurrenten geen last hadden. Er ontbrak bij de introductie van de 80 cc klasse aan modellen, de faam van het merk had door het einde van de Kreidler GmbH aanmerkelijk geleden, de productie faciliteiten waren verouderd, voor de zondermeer noodzakelijke verhuizing van de gehuurde fabriek in Zuffenhausen naar de eigen ruimten in Kornwestheim waren geen middelen voor handen.
Een klein gedeelte mag ook veroorzaakt zijn door het inhouden van handels orders gedurende de herfst en winter 1982/1982. Een kleine 10000 motorfietsen stonden in opslag toen de al met arbeidstijd gekorte Kreidler werknemers eind Januari de eerste tekenen van het naderende einde bemerkten en het transport van kant en klare motorfietsen door toeleveranciers verhinderden. Na het fiasco bij Dual en Videocolor diende zich al weer een einde aan van een eens zo gerenommeerde firma.

Curator Dr. Volkert Grub stelde de financiële situatie begin februari als volg vast: 18 miljoen Mark schulden bij de bank, 5,5 miljoen mark voor lonen en verplichtingen met inbegrip van de Ziekenfondsbijdrage tot eind maart. De altijd weer genoemde noodzakelijke borgstelling van 4 miljoen mark (loon en verplichtingen voor de tijd die nodig is voor het afwikkelen van het faillissement en pensioen aanspraken) werden niet door Grub bevestigd.
Daar tegenover stond een door Grub op 13 miljoen mark geschat stuk grond met hallen en kantoren van ongeveer 13000 m2 in Kornwestheim. De 10.000 complete motorfietsen en de reserve onderdelen moesten nog eens 13 miljoen mark opbrengen. Daarboven nog de 5 miljoen mark die de Willners nog niet overgemaakt hadden maar al wel als onderpand waren aangenomen. Bij een post van onvoorziene lasten van 35% moet men ook nog rekening houden met 9,5 miljoen mark aan schulden bij de toeleveranciers De overige bovengenoemde verplichtingen zijn aanspraken met een 'voorrecht' die volledig uitgekeerd moeten worden voor het faillissement kan worden uitgesproken.

De Kreidler -bedrijfsleider Wolf-Dieter Gramatke en Heinrich Keim schatten de mogelijke opbrengst van de motorfietsen voorraad en de bijbehorende reserve onderdelen met 15 miljoen mark wat hoger in, doch ook zij maakten zich midden februari geen illusies meer: Op Kreidler voertuigen die in Duitsland geproduceerd zijn hoeft men nauwelijks meer te rekenen. Er was volgens hun berekeningen 15 miljoen mark nodig om de toeleveranciers tevreden te houden om een succesvolle start mogelijk te maken.

Een deprimerend beeld In de hallen te Kornwestheim waar nu de machines van de metaalafdeling gedemonteerd en voor een groot deel tot schroot worden verwerkt, wachten nieuwe Kreidler tweewielers op bestellingen. Ongeveer 10 000 stuks staan in binnen en buitenland op voorraad.Echte interesse in een voortzetting van de productie in Kornwestheim/Zuffenhausen heeft in verband met de hernieuwde sluiting van Kreidler niemand getoond. De provincie Baden-Wurtemburg was alleen bijgesprongen in het geval dat er ter gelijkertijd een krachtige financiële injectie uit de ondernemershoek zou volgen. Voor de Willners betekende dat opnieuw een aanspraak op hun privé vermogen om de noodzakelijke zekerheid te verkrijgen. Daarom haakten zij ook af. 
Welke perspectieven blijven er verder nog over in de nu ontstane situatie?. De Duitse concurrentie en ook Puch zullen geen echte belangstelling hebben in een overname. Zij kampten zelf met overcapaciteit. Puch kon in ieder geval de kant en klare 80 cc motor overnemen. Buitenlanders - hier worden nog steeds de Indiërs als potentiële kandidaten genoemd- zouden alleen geïnteresseerd zijn in de technisch knowhow zowel als in enkele machines voor de productie. Dat er in Duitsland en dan ook nog wel in het gebied met de ' hoge lonen' rond Stuttgart ooit nog tweewielers gebouwd zouden gaan worden, daar denkt niemand meer serieus aan. 
Wat als enige oplossing overblijft is een handelsfirma die in het buitenland Mofas, Mokicks en lichte motorfietsen koopt respectievelijk naar eigen ontwerpen laat bouwen en deze dan onder de naam Kreidler verhandelt. Verder zou deze firma de service van onderdelen voor de Kreidler rijders van nu verzorgen Dat het mogelijk zou zijn om de vroegere modellen reeks uit het buitenland te betrekken lijkt uiterst onwaarschijnlijk. Ook bij een faillissement geldt het als zinvol de productie voort te zetten om het nog aanwezige materiaal op te gebruiken. Gramatke en Keim gaan ervan uit dat er nog 1800 stuks voltooid kunnen worden. Echter ook dat staat nog niet vast. Het is erg hard aangekomen, aldus verklaarden de managers, dat de enkele toeleveringsbedrijven hun prijzen niet met 6% maar met 100% verhoogd hadden. Dat is een teleurstellende houding die een doorstart van de productie welhaast gekkenwerk zou maken. 
Wolf-Dieter Gramatke en zijn nieuwe taak bij Kreidler met een enorm enthousiasme en reeds enkele successen is begonnen, wil nog niet van opgeven weten. Hij wil op zijn minst nog gaan handelen met andere merken onder de naam Kreidler . Daarom is hij geïnteresseerd in een wrijvingsloze afhandeling van het faillissement. Daarom hoopt hij dan ook op een nette uitverkoop van de voorraden en de mogelijk nog te bouwen motorfietsen uit het materiaal bestand. Of dat gelukt is meer dan twijfelachtig. Tegen het einde van het jaar wil curator Grub de hele zaak hebben afgehandeld . Het is dan ook moeilijk voor te stellen dat men aan een verkwisting van de restvoorraden zal ontkomen.

De tragedie in twee bedrijven

Precies in de smaak van de jeugd, echter geen kans meer. Kreidler stond op de RAI te Amsterdam.Welke voorlopige conclusies moeten er getrokken worden uit de ondergang van Kreidler ? Wie nu de zweep over de deelnemende acteurs legt, is bevooroordeeld. Ook bij het faillissement van Borgward waren de criticaster snel ter plaatse.. Later zou echter blijken dat zij ongelijk hadden en dat een voortzetting mogelijk was geweest. 
Het eerste deel van de tweedelige mislukking had naar opvatting van Heinrich Keim vermeden kunnen worden als met de afdeling tweewielers al in 1978 en opzijn laatst in 1979 had ontkoppeld van de afdeling metaal. Ook al was dat niet eenvoudig geweest, het had in ieder geval een financieel technische scheiding betekend. De tweewieler activiteiten waren verdeeld over drie fabrieken. De materiele ontvlechting had echter wel weer een kapitaal inzet noodzakelijk gemaakt. En hier bijt zich nu net de kat in de staart. 
De oude Kreidler GmbH& Co KG heeft aan een ziekte geleden die ondertussen de gehele Duitse economie doormaakt: het tekort aan kapitaal.

Als zich de vraag op de markt kortstondig veranderd is de eigen kracht niet groot genoeg om hierop overeenkomstig te reageren. De golven in de conjunctuur en structurele veranderingen worden daarmee zaken die een onderneming uit de rails kunnen doen lopen. De zelfherstellende werking van de Duitse economie raakte verlamd er kunnen nauwelijks nog ingrijpende beslissingen genomen worden op het ondernemers gebied zonder dat er ruggespraak wordt gehouden met de banken. 
Kreidler moest onder dergelijke omstandigheden vechten. Alfred Kreidler had tot op hoge leeftijd de teugels niet uit handen gegeven. Daarom was het voor degene die de ondergang zagen aankomen ook niet mogelijk het tweewieler gedeelte te ontkoppelen. Harder nog dan bij Hercules en Zündapp werd Kreidler getroffen door de liquidatie van de lichte tweewieler afdeling omdat de firma met de Florett bovenal gebouwd had op sportieve successen welke van de serie producten afstraalden. 
Als meervoudig kampioen van de 'borrelglas klasse' hebben de mensen uit Kornwestheim naam gemaakt. De overwinningen op de circuits leverden veel meer op dan die van de concurrentie in de off-road sport. De nieuwe definitie van de lichte motorfiets met een begrenzing van het toerental en de snelheid korte de vleugels in van de motorenbouwers en werd daarmee de verkopers van Kreidler nadelig. Met de lichte motorfiets was voor Kreidler ook hun eigen filosofie gestorven. Of een wereldtitel in 1982 ook behaald zou worden weet niemand. Gramatke zette -bijna- alles op deze kaart en het is aan hem te danken dat Kreidler op de circuits de beste vooruitzichten had. 
De gebroeders Willner hadden na het verkrijgen van het eigendom en de tweede sluiting van Kreidler zwaarwegende protesten over zich heen gekregen. Vervolgens werd hun voor de voeten geworpen dat zijn met het grote stuk grond in Kornwestheim hadden gespeculeerd 
De waarde hiervan was vervolgens berekend op 32 miljoen mark, de Willners hadden echter ' slechts' 27,6 miljoen mark betaald voor de gehele onderneming inclusief dode en levende inventaris. De GmbH had een stamkapitaal van 50.000 mark , de KG voorzien van 10 miljoen mark waarvan de gebroeders tot nu toe slechts 5 miljoen mark hadden ingebracht. 

Curator Grub maakt ondertussen een nieuwe berekening die de bemoeienis van de Willners in een heel ander daglicht plaatst. Hij schat de waarde van grond met gebouwen op een bescheiden 13 miljoen mark, en zelfs dat is volgens hem niet realistisch daar een koper van een industrie terrein zich ten tijde van economische flauwte niet direct te vinden is. Grub rekent met een wachttijd van 2 jaar en een renteverlies van een dikke 3 miljoen mark. 
Wie de branche en de daarbij behorende problemen, die reeds begin 1981 niet te overzien waren, kende die weet ook dat het aantreden van de Willner broers meer een sentimentele dan een zuiver op berekening gestoelde beslissing was. En wie nu echt verwacht dat de broers hun privé vermogen in de strijd zouden werpen, die ontkent mogelijkheid en kansen. Een onderneming die van zijn gunstige merknaam leeft kan niet tweemaal in één jaar de poorten sluiten en openen zonder een aanzienlijke deuk in het imago.

Wat er was gekomen als Kreidler in de race was gebleven: een stoere machine met liggende motor en sterk gebogen windscherm en de snelle achterkant die in Amsterdam bij de jonge bezoekers met onverdeeld enthousiasme werd ontvangen.

Wat er overblijft is de flauwe smaak die in ieders mond ligt die zich met dit merk verbonden weet. De starre houding van de overheid ten aanzien van veel grotere hopenloze gaten - het begon in Polen en liep door tot en met Rollei en Garski - mag teleurstellend zijn, maar het verbaast niet . Dergelijke reddingsacties - ook al zijn zij nog zo succesvol - passen niet in deze tijd. Terwijl in Engeland de vrienden van Freddie Laker miljoenen ingezameld hebben om zijn luchtvaartbedrijf vlot te trekken kan Kreidler ter vergeefs wachten op een nationale inzameling . De bouwers van luchtschepen in Duitsland konden daarmee na de eerst wereldoorlog in moeilijke tijden gered worden. Heden ten dage is een firma met een grote traditie maar zonder geluk nauwelijks meer waard dan een vermelding in het register.

Het Kreidler-einde en de betrokkenen

450 werknemers moeten ervan uitgaan dat zij binnen afzienbare tijd hun arbeidsplaats verliezen. Voor de jongere onder hen uit de technische afdelingen bestaan goede vooruitzichten om een vergelijkbare functie te vinden bij de andere metaalverwerkende bedrijven in de omgeving van Stuttgart. De oudere collega's uit de techniek kunnen ook nog op een overeenkomstige functie rekenen. Voor de mensen van financiële en technische administratie zijn de vooruitzichten evenwel slecht. Voor de tweewielerspecialisten onder hen heeft de branche nu echter geen passende baan. De afwikkeling zal tot het einde van het jaar duren. 

De handelaren staan voor een groot gedeelte nu voor de vraag of zij op buitenlandse machines met een Kreidler embleem moeten wachten of andere merken erbij nemen. Hier verdringen zich Horex en Tornax reeds als 'Auslandsdeutche' op de markt. Er zal op termijn van moeten worden uitgegaan dat de onderdelen service op een of andere manier moet worden zeker gesteld De merknaam Kreidler zal door de tweede fabriekssluiting nog eens te meer te lijden hebben wat de uitverkoop van de motorfietsen die op voorraad waren aanzienlijk zal beïnvloeden. Van belang daarbij zal zijn onder welke voorwaarden de fabriek deze aan de man probeert te brengen. 

De toeleveranciers van de Kreidler fabriek staan voor een moeilijke situatie, Heinrich Keim becijfert alleen al de omzet die de Duitse leveranciers op jaarbasis komt op rond de 40 miljoen mark. Zeer in het bijzonder getroffen worden de kleine bedrijfjes die vrijwel hun gehele productie op Kreidler gebaseerd hadden. Sommige onderdelen leveranciers die ook aan andere tweewielerproducenten leveren zullen hun capaciteiten een beetje moeten bijstellen . Dat moet als gevolg hebben hogere prijzen of dalende rendementen. Hiervan zijn de gevolgen door het einde van Kreidler nog nauwelijks te overzien. 

De Duitse concurrentie kan zich door de problemen van de Duitse toeleveringsbedrijven nauwelijks gelukkig voelen bij deze ontwikkeling. Het marktaandeel van Kreidler tot nu toe laat zich met zekerheid niet eenvoudig verdelen onder de Duitse fabrikanten. Aangezien er een nieuwe invasie uit Japan met watergekoelde lichte motorfietsen te wachten staat, is het aannemelijk dat hierdoor het leeuwendeel wordt opgeslokt. De te verwachten bescheiden winst van de Duitse fabrikanten zal door de verzwakking van de binnenlandse tweewieler industrie door het einde van Kreidler GmbH , daar nauwelijks tegenop wegen. 

De motorsporters die bij de Kreidler GmbH & Co KG onder contract stonden hebben zeer acute problemen. De in het vooruitzicht gestelde overname door Krauser is niet tot stand gekomen . De ontkoppeling van de racestal zoals manager Gramatke zich had voorgesteld is mislukt. Het is volgens Gramatke aantoonbaar dat er twee complete machines gereed zijn . De prijs die voor het aanwezige materiaal moet volgens zijn idee liggen in de buurt van de 250.000 mark. Hij gaat ervan uit dat er alleen privé rijders met de machines, die overigens bij testen uitstekende prestaties hebben geleverd, hun heil op de circuits zullen zoeken.

Kreidler ter ziele